Novawhere Purmerend, 10 maart 2018

Preek naar aanleiding van Exodus 3:1-15 en Lucas 20:27-38 uit de Groene Bijbel voor de gebedsviering op zaterdag 10 maart 2018 om 10.15 uur in Novawhere te Purmerend

Gemeente,

De tekst waar we vanochtend mee begonnen, vormt een roepingsverhaal in de Hebreeuwse bijbel. Mozes wordt uitgekozen om als woordvoerder op te treden. Mozes is geen vlotte spreker, hij stottert, spreekt zijn woorden vaak hakkelend, ja met horten en stoten uit. Uitgerekend deze man krijgt de taak toebedeeld om publiekelijk op een spreekgestoelte te gaan staan. Dat is even slikken voor Mozes.

In het dagelijks leven kan een mens de overtuiging huldigen voorbestemd te zijn voor een bepaalde taak in het leven. Heeft iemand van u zich ooit op die wijze geroepen gevoeld?

Het idee van een religieuze roeping, zoals dat wordt verwoord en verbeeld in Exodus drie vers een tot vijftien onderscheidt zich van een ethische of ‘maatschappelijke’ roeping door het onvrijwillige karakter ervan. Mozes zit er helemaal niet op te wachten het woord te nemen, hij is veeleer iemand die er graag alleen op uittrekt, wonderlijke verschijningen bekijkt en bestudeert. Hij is een ‘bètawetenschapper’ die geïntrigeerd kan raken door natuurverschijnselen waarvoor nog geen plausibele verklaring is gevonden.

Hoewel Mozes ervoor terugdeinst het woord te nemen, zal hij in het aangaan van zijn spraakvrees diezelfde angst overwinnen. Mozes die zijn ogen niet kan geloven bij het zien van de gloeiende, onverteerbare Sinaïdoorn moet eraan geloven. Zijn roeping bestaat uit de overtuiging dat hij datgene waar hij het liefste hard voor wegloopt en voor zijn welzijn noodzakelijk is, ten uitvoer dient te brengen. Het logopedische huiswerk dat hij krijgt, zal ervoor zorgen dat hij zijn eigen ontwikkeling en groei niet langer in de weg staat.

Terug naar die ontmoeting tussen Mozes en God. Het tafereel van ontzag en heiligheid dat Mozes doet besluiten zijn sandalen uit te doen, is een uiting van respect. Het gebaar valt te vergelijken met het uitdoen van schoenen als een huiseigena(a)r(es) gesteld is op de properheid van haar of zijn woonvertrekken. Wie weleens een bezoek aan een moskee heeft gebracht of bij moslims over de vloer komt, weet dat het ongeschoeid betreden van een ruimte er een gewoonte kan zijn.

Dat aura van ‘heiligheid’ heeft veelal betrekking op het betreden van de binnenruimte. Het overschrijden van die ‘comfortzone’ is voelbaar als iemand in de rij bij de kassa of op het vliegveld ‘dicht op je staat’. In het verkeer wordt dat ‘bumperkleven’ genoemd. Wat er in die gevallen gebeurt, is dat iemand op de heilige grond van je vertrouwelijke huis gaat staan, zonder haar of zijn schoenen uit te trekken. Het kan een heel onbehaaglijk gevoel opleveren. Als je zelf als mens voelt dat je voet op andermans ‘privéterrein’ zet, dan kan dat voor een gevoel van schaamte zorgen. Door afstand nemen, een stapje terug doen, kun je proberen die ‘heiligschennis’ weer te herstellen.

Over het innerlijk leven van een mens zit een ‘laagje glazuur’ dat haar of hem als individu beschermt en veiligheid biedt. Iemand leefruimte gunnen, vrij laten en ook ‘tot de orde roepen’ zijn actieve houdingen die laten zien dat je iemand waardeert. Het zou bijbels zijn te zeggen dat de opstanding van een mens dan niet wordt gebarricadeerd.

Mozes wijkt van zijn weg af en ik denk niet alleen uit nieuwsgierigheid, maar ook omdat hij moeite heeft te aanvaarden ‘wat op zijn weg komt’. Hij laat iets zien van de menselijke behoefte aan bevestiging. Het “groots(t)e gezicht” dat Mozes gaat zien, duidt op het verlangen naar tekens en geruststelling. Hij bevindt zich in een moeilijke situatie en wil daarop een antwoord. Een teken zou dan de laatste bezwaren wegnemen en Mozes het duwtje in de rug geven om een levensveranderend besluit te nemen. God is dan de ‘opdrachtgever’ die Mozes een schouderklopje geeft of een ‘verkeersleider’ die zijn leven ‘weer’ in goede banen leidt.

Als een mens zich onzeker voelt, dan kan zij of hij op zoek gaan naar bevestiging. Zij of hij verlaat haar of zijn eigen weg, gaat bij een ander te rade in de hoop dat die haar of hem de levensweg kan wijzen. Dat kan een geoorloofd ‘uitstapje’ zijn, mits je je weg dan ook weer vervolgd in de richting die je is toegezegd. Wie haar of zijn schoenen heeft uitgetrokken, mag ze vervolgens ook weer aantrekken.

Amen